Woonkwaliteit

Er is een relatie tussen het binnenmilieu en de gezondheid. Mensen zijn gemiddeld 85% van hun tijd binnen, waarvan 70% in hun eigen woning (Agentschap Zorg & Gezondheid). De aanwezigheid van schadelijke stoffen hier heeft invloed op de gezondheid.

 

In Gent is het aantal ongeschikt en onbewoonbaar verklaarde woningen per 10.000 inwoners in 2009 toegenomen tot 9,4. In Antwerpen zien we de omgekeerde trend (van 11,3 naar 8,9). Via een vraag aan de minister door het Vlaams parlement blijkt dat voor de totale 13 Vlaamse centrumsteden het aantal ongeschikte en onbewoonbare woningen in de periode 2005-2010 sterk gestegen is van 1.965 tot 3.599. Van alle centrumsteden bevonden de meeste ongeschikte en onbewoonbare woningen zich in Antwerpen (1.487), gevolgd door Gent (622). Gent heeft ook het hoogste aantal leegstaande panden (172).

Het binnenmilieu (vb. een vochtige woning, CO-gevaar) is maar één van de factoren om een woning onbewoonbaar te verklaren, naast bijvoorbeeld veiligheidsredenen en comfortvereisten. Bovendien heeft niet alleen de woningkwaliteit, maar ook het bewonersgedrag in huis invloed op de kwaliteit van het binnenmilieu (bijvoorbeeld ventilatie, roken,…).

Verder kan over woningkwaliteit in Gent gezegd worden dat 78.2% van de woningen in goede staat is tegenover 83% in Vlaanderen. De oudere rijwoningen in de kernstad en de grotere opgedeelde burgerwoningen zijn doorgaans in de slechtste staat. Wel blijkt het woningcomfort vooruit gegaan, nog 5.5% van de woningen heeft geen comfort tov 16.7% in 1991.

Volgens het Leefbaarheidsonderzoek is de tevredenheid van de Gentenaars over hun woning met 83% behoorlijk groot, maar wel afgenomen sinds 2006 (88%). Over de kwaliteit van hun woning is 75,2% tevreden, hier is er ook een dalende trend.

Het Antigifcentrum verzamelt gegevens over het aantal gevallen van acute CO- intoxicatie. In Gent werden er in 2010 33 ongevallen geteld met 75 slachtoffers – dit is een jaarlijkse incidentie van 30/100.000 inwoners, en er was 1 overlijden. In 2010 werden in België 694 ongevallen geteld met 1465 slachtoffers. Er waren 30 dodelijke ongevallen (40 overlijdens) te wijten aan CO. De totale jaarlijkse incidentie van CO-vergiftiging in België in 2010 is 13.51/100.000 inwoners. Voor Oost-Vlaanderen is dit 15,01/100.000 inwoners. 

Het aantal intoxicaties neemt geleidelijk toe vanaf oktober om tijdens de wintermaanden, van januari tot maart, een piek te bereiken en daarna geleidelijk af te nemen. De belangrijkste intoxicatiebronnen zijn waterverwarmers en badgeisers (278 ongevallen). Het aantal intoxicaties met kolenkachels bedroeg 58. Ongevallen gebeuren vooral in de badkamer, gevolgd door de eetkamer. Bij 624 van de 694 gevallen gaat het om een accidentele intoxicatie. 

Het risico op CO-vergiftiging hangt samen met het sociaal-economisch niveau, tegelijk bereiken preventiecampagnes de meest blootgestelde bevolkingsgroepen moeilijk.