Subjectieve gezondheid

De subjectieve gezondheid is een algemene gezondheidsindicator die wordt bekomen door aan mensen te vragen hoe ze hun algemene gezondheidstoestand inschatten op een schaal van 5 (van ‘zeer goed’ tot ‘zeer slecht’). De resultaten hiervan weerspiegelen goed de impact van klachten en ziekten waaraan mensen lijden, en geven naast de objectieve cijfers uit gezondheidsstatistieken informatie over de lichamelijke, sociale en emotionele aspecten van gezondheid. De subjectieve gezondheid hangt ook duidelijk samen met mortaliteit (aantal sterfte sterftes), morbiditeit (het voorkomen van ziektes, al dan niet zelfgerapporteerd), functionele beperkingen en het gebruik van gezondheidszorg.

Het cijfermateriaal over de subjectieve gezondheid van de Gentenaars staat op www.gent.buurtmonitor.be in de rubrieken Gezondheid > subjectieve ongezondheid en GentMonitor – een indicatorenoverzicht > Gezondheid.

In het Leefbaarheidsonderzoek Gent (Stad Gent, 2010) gaf 14,7 % van de Gentenaars aan dat ze altijd of regelmatig geconfronteerd worden met een persoonlijk gezondheidsprobleem. Bij mannen was dit 12,5 %, bij vrouwen 16,2 %. Dit cijfer stijgt met de leeftijd, van ongeveer 7 % bij kinderen van 10 tot17 jaar tot ongeveer 26% bij de 65- tot 79-jarigen. Omgekeerd zien we dat Gentenaars minder last hadden van gezondheidsproblemen naarmate hun opleidingsniveau (ca 21 % tov 10 %) en inkomen (ca 25% tov 10 %) hoger was en als ze werk (ca 22 % tov 10 %) hadden. Het leefbaarheidsonderzoek bevestigt dus net als de nationale Gezondheidsenquête de relatie tussen ouder worden, een lager inkomen, geen werk hebben en de aanwezigheid van gezondheidsproblemen.

Er zijn geen gelijkaardige cijfers beschikbaar voor Vlaanderen. Uit de Gezondheidsenquête blijkt wel dat stedelingen meer langdurige aandoeningen hebben dan plattelandsbewoners en vaker te kampen hebben met astma, chronisch longlijden, maagzweer en zweer van de dunne darm