Vroeggeboortes

In 2009 werd in Gent 7,7 % van de baby’s te vroeg geboren. Er was toen nauwelijks een verschil met Vlaanderen, waar 7,3 % van de baby’s te vroeg ter wereld kwam.

Onderstaande grafiek toont verschillen afhankelijk van het opleidingsniveau van de moeder zoals dit bij Kind en Gezin wordt geregistreerd en specifiek opgevraagd voor Gent. Bij vrouwen met een opleiding hoger onderwijs eindigden in Gent in 2009 minder zwangerschappen in een vroeggeboorte dan bij vrouwen met een lager opleidingsniveau.

 

Volgens gegevens van het Agentschap Zorg en Gezondheid ligt het percentage vroeggeboortes in Vlaanderen al sinds 2001 stabiel rond 7,2 %. Ondanks de moderne geneeskunde, de laagdrempelige toegang tot de gezondheidszorg en de toegenomen kennis van de oorzaak van vroeggeboorte, vermindert het voorkomen van vroeggeboorte niet..

Vroeggeboortes komen vaker voor bij meerlingenzwangerschappen, na kunstmatige bevruchting, als er extern wordt ingegrepen (keizersnede) en naarmate de moeder ouder  is. Deskundigen zien ook een verband met het milieu en leefgewoonten, al kunnen ze niet precies duiden wat de risico’s zijn. In stedelijke agglomeraties blijken over het algemeen meer zwangerschappen te eindigen in een vroeggeboorte dan op het platteland. Dit komt ook meer voor in lagere sociale klassen dan in hogere.

Nog volgens het Agentschap Zorg en Gezondheid zijn vroeggeboortes samen met laag geboortegewicht verantwoordelijk voor ongeveer 75 % van de sterfte onder foetussen ouder dan 22 weken en baby’s in de eerste 7 dagen na de geboorte. 

Bron: gemeentelijke Kindrapporten van Kind en Gezin