Lichaamsbeweging

Om gezond en fit te blijven moeten volwassenen en senioren minstens een half uur per dag matig bewegen, of 3 dagen per week minstens 20 minuten lang een intense fysieke activiteit uitvoeren. Voor kinderen en jongeren wordt aanbevolen minstens een uur per dag te bewegen (Vlaams Agentschap zorg en Gezondheid).

Vlaamse cijfers

Op dit moment haalt maar 39 % van de Vlaamse bevolking tussen 15 en 59 jaar de bovenstaande aanbeveling. Jongeren, vooral jongens, zijn actiever, senioren zijn veel minder actief.

Het Vlaams actieplan voeding en beweging 2009-2015 wil alle Vlamingen aanzetten tot meer beweging en evenwichtiger eten. Daarmee wil de Vlaamse overheid onder meer de volgende Gezondheidsdoelstellingen behalen:

- tegen 2015 stijgt het percentage mannen uit de leeftijdsgroep 19 - 59 jaar dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 49 % tot 59 %

- tegen 2015 stijgt het percentage vrouwen uit de leeftijdsgroep 19 - 59 jaar dat de aanbeveling voor voldoende fysieke activiteit haalt van 29 % tot 39 %

Gentse cijfers

Opgelet, we kunnen de Gentse cijfers uit het Leefbaarheidsonderzoek van 2010 niet afzetten tegen de Vlaamse cijfers of de Vlaamse Gezondheidsdoelstellingen.omdat we de Gentenaars op een andere manier hebben bevraagd.

In het leefbaarheidsonderzoek gaf 54,3 % (Stad Gent, 2010) van de Gentenaars aan dat ze minder dan 5 dagen per week een matige lichamelijke inspanning doen, zoals goed doorwandelen, lasten dragen, poetsen, fietsen, de trap nemen, recreatief zwemmen en sporten en andere activiteiten waarbij je sneller en dieper ademt dan normaal.

Gentenaars met een hoger opleidingsniveau bewegen beduidend meer. De cijfers tonen ook een verband met het inkomen en met de mate waarin Gentenaars makkelijk rondkomen op het einde van de maand.

Bij de laagste inkomensgroepen waren er volgens het onderzoek meer Gentenaars die minder dan 5 dagen per week een matige inspanning deden (61 %) dan bij de hoogste inkomensgroepen (51,6 %). Niet-Belgen en Gentenaars waarvan beide ouders niet-Belg zijn, blijken significant minder vaak matige lichamelijke inspanningen te doen. Etnisch culturele minderheden leveren een lager aantal dagen inspanning tegenover Belgen, bij 70,4 % tegenover 53,7 % is dit minder dan 5 dagen per week. Bij niet-Belgen is dit 51,3%. 

 

Het Leefbaarheidsonderzoek peilde ook naar het aantal uren per dag dat Gentenaars deze matige inspanning leverden. Van de Gentenaars die tijdens de afgelopen zeven dagen minstens één dag een matige lichamelijke inspanning gedaan hadden, besteedde de meerderheid (36 %) 1 tot 2 uur per dag aan zulke inspanningen. 17 % gaf aan  2 tot 3 uur per dag te bewegen, 11 % 3 tot 5 uur en 13 % zelfs 5 uur of meer. Ongeveer een vijfde (19 %) van de Gentenaars bewoog naar eigen zeggen tussen 30 minuten en een uur per dag, 5 % had minder dan 30 minuten beweging per dag.

20,4 % van alle respondenten leverde volgens het onderzoek gemiddeld minder dan 30 minuten per dag matige lichamelijke inspanningen. Naarmate Gentenaars ouder worden, bewegen ze minder op een dag, al blijven ze evenveel dagen per week lichamelijke inspanningen doen. Bij 65- tot 79-jarigen gaf 38,8 % van de bevraagden aan dat ze minder dan 30 minuten per dag beweging hadden.

De nationaliteit van de respondenten zelf bleek geen invloed te hebben op de mate van beweging, maar die van hun ouders wel: respondenten waarvan beide ouders Belg waren, besteedden gemiddeld meer tijd per dag aan matige lichamelijke inspanningen dan respondenten waarvan beide ouders niet-Belg waren.