Seksuele gezondheid

Tienermoeders

Het percentage van de moeders dat jonger is dan 20 jaar was in 2009 3% van de moeders, minder dan in 2008 (4,2%) (Gemeentelijke kindrapporten 2009, Kind en Gezin). Tienermoeders onder de 14 jaar komen niet voor. Wanneer enkel de bevallingen van een eerste kind in rekening worden genomen gaat het om 7,7 % (2008) en 6,2% (2009) van de moeders. In 2009 is in de deelgemeentes Gent (3,9%), Mariakerke (3,3%), Gentbrugge (2,7%) het grootste aandeel van de moeders onder de 20 jaar. 

In Vlaanderen waren er in 2009 1,9% tienermoeders (3,6 % indien we dit  enkel voor het eerste kind bekijken). In Antwerpen was dit 2,9%. Daarnaast lag het percentage tienermoeders in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest volgens cijfers tot 2007 in een constant dalende trend vanaf 2004 onder de 3%, en dus ook lager dan in Gent (Gezondheidsindicatoren Brussel, 2010).

Onderzoek uit 2009 van het Centrum voor Sociaal Beleid (UAntwerpen) (De Wilde, 2009) geeft enkele interessante achtergronden bij de tienermoeders in Vlaanderen:

Slechts tegen de 70% van hen is van Vlaamse/Belgische origine. De grootste overige groepen zijn meisjes uit het Midden-Oosten (vooral Turkije), uit Oost-Europa (vooral ex-Joegoslavië) en uit Noord-Afrika (vooral Marokko).

Van de schoolplichtige moeders is 37% niet actief (noch studerend, noch werkend), en van de niet-schoolplichtigen is dit zelfs bijna drie kwart. Dit is hoger dan voor de hele groep Vlaamse tienermeisjes. De helft van de tienermoeders heeft een diploma hoger middelbaar of hoger onderwijs. Van de kinderen van tienermoeders wordt 39% in kansarmoede geboren.

 

Uit analyse van de Gentse cijfers komt duidelijk naar voor dat tienerzwangerschap (hier beschouwd voor enkel moeders van een eerste kind) meer voorkomt in Gent bij niet-Belgen (11,7% van de moeders is jonger dan 20), dan bij Belgen (3,6%), en dubbel zo veel bij deze doelgroep in Gent (11,7 %) in vergelijking met Vlaanderen (5,8%), terwijl er voor de groep Belgen geen verschil is tussen Gent en Vlaanderen (3,6 % tov 3,1%). Dit bevestigt dat de grotere aanwezigheid van tienermoeders in Gent te maken heeft met de afkomst van deze moeders. De verhouding worden geschetst in volgende grafieken.

 

In de laagste opleidingsniveaus zijn tienermoeders meer vertegenwoordigd. Het is ook mogelijk dat tienermoeders nog geen opleiding hoger onderwijs hebben gevolgd, waardoor hier het aandeel zo laag is (< 1 %). 

 

SOA’s

Een aantal cijfers over het voorkomen van SOA’s  en HIV vindt men onder de infectieziektes. De toename hiervan, vooral van chlamydia, in Vlaanderen bij jonge vrouwen viel op. De opmars van chlamydia zou samenhangen met het feit dat de angst voor HIV bij jongeren de laatste jaren is afgenomen door het bestaan van remmende medicatie. 

Uit de nationale gezondheidsenquête (2008) bleek dat kennis en houding t.o.v. HIV/AIDS sterk samenhangt met het opleidingsniveau.